BRAAKBALLEN

Braakballen.

Zoals iedereen waarschijnlijk wel weet produceren uilen af en toe een braakbal. Uilen hebben geen tanden. Ze slikken hun prooi in een keer in. De haren en botjes van hun prooi kunnen niet verteerd worden en worden daarom uitgebraakt. Dit zijn de zogenaamde uilenballen. Maar er zijn nog meer vogelsoorten die braakballen produceren.

Braakballen bevatten allerlei onverteerbare resten van het voedsel dat vogels eten.

Om de zoveel tijd, dit is sterk afhankelijk van de vogelsoort en het voedsel, wordt er een braakbal gevormd die op een gegeven ogenblik uitgespuugd wordt. De inhoud van een braakbal is geheel afhankelijk van het gegeten voedsel. Een uil eet vooral muizen, dus zullen daar haren en botjes (ook schedeltjes en kaakjes) van inzitten. Ook kunnen er andere 'harde' lichaamsdelen zoals nagels of snaveldelen van vogeltjes in zitten. Soms worden er ook ringen van kleine vogeltjes in een braakbal gevonden. Er zijn ook vogels die insecten eten. Dan zullen we de harde dekschildresten in hun braakbal aantreffen.

Wat veel mensen niet weten is dat heel veel vogelsoorten een braakbal produceren. Van uilen is het alom bekend. Braakballen worden ook gemaakt door Blauwe reiger, IJsvogel, lijsterachtigen zoals de Merel, kraaiachtigen als Kauw en Ekster, meeuwen, roofvogels als Buizerd en Torenvalk. Maar ook veel zangvogels produceren braakballen, zoals een Roodborst. De delen die in de vogelmaag niet verteerd worden, worden uitgebraakt. Om deze reden zullen er ongetwijfeld nog veel meer vogelsoorten zijn die af en toe braakballen produceren. Ook bv. een vos braakt af en toe botten op die niet verteerd kunnen worden. In feite komt dit op hetzelfde neer als een braakbal bij de vogels.

Braakballen van roofvogels zijn iets anders van samenstelling dan van een uil. Deze bevatten geen botjes. De maagzuren van een roofvogel zijn sterker dan dat van uilen en dus kunnen de botjes wel worden verteerd. Ook speelt mee dat een roofvogel zijn prooi uit elkaar scheurt en dus in kleine porties naar binnen werkt. De grote botten blijven dan liggen. Een uil slikt zijn prooi in zijn geheel naar binnen.

 Aan een braakbal is vaak goed te zien welke vogel de braakbal heeft geproduceerd. Let dan op de kleur, vorm, grootte en inhoud.

Als ergens een braakbal gevonden wordt, is dat allereerst een aanwijzing dat de vogel die deze braakbal produceerde daar aanwezig was. Niet zelden wordt een roestplaats van uilen ontdekt door het vinden van hun braakballen.

Ten tweede kun je veel over het voedselpakket van de vogel te weten komen door een braakbal uit te pluizen. Dit lijkt een smerig werkje maar als de braakbal goed droog is, valt dit nogal mee.
Als je een braakbal vindt, let dan naast vorm, kleur, grootte ook op de vindplaats. Deze gegevens zijn goed bruikbaar voor determinatie van de producent van de braakbal. Wordt bijvoorbeeld een nagenoeg zwarte braakbal in een schuur gevonden, die aan één zijde puntig is en aan de andere zijde stomp, dan is deze van een kerkuil. Wordt een grijze bal in een naaldbos gevonden, dan is deze braakbal waarschijnlijk van een ransuil.
Bedenk echter wel, dat de oorspronkelijke vorm wat veranderd kan zijn omdat deze op takken of de grond is gevallen.

  

Wie braakballen vindt, kan deze gerust meenemen naar huis om daar de inhoud te bekijken. Het meenemen van braakballen kan geen enkel kwaad omdat de functie hiervan in het veld nihil is.

Probeer eerst uit te zoeken van welke vogelsoort de braakbal is, zonder de bal uit elkaar te halen. Pluis pas daarna de braakbal uit. Voor uilenballen zijn speciale boeken met determinatietabellen, waar ieder botje van elke muizensoort in is opgenomen. Zo is zelfs te achterhalen om welke muizensoort het gaat.

Bruine, ronde braakballen

De steenuil maakt ronde bruinachtige braakballen die bestaan uit chitineschildjes van kevers en lieveheersbeestjes. Vaak zit er ook zand en aarde in de braakballen van deze soort. Dit slikt hij mee naar binnen bij het eten van regenwormen. Door dit zand kun je de braakbal van de steenuil goed onderscheiden van de braakbal van de torenvalk. Deze maakt ook bruinachtige braakballen, maar eet geen regenwormen en daarom ontbreekt het zand altijd in braakballen van de torenvalk.

IJsvogels

IJsvogels produceren ook braakballen. Deze bestaan uit visgraatjes en kunnen zo'n drie cm lang en één cm dik zijn, met een nagenoeg witte kleur. Je zou zeggen dat zo'n klein vogeltje toch flink last moet hebben van dit steeds terugkerende braken.
De braakballen van ijsvogels worden overigens maar zelden gevonden omdat de vogel graag op een tak boven het water mag zitten. De braakbal verdwijnt vaak in het water.

Zwarte kraaien

De braakbal lijkt op een balletje van twee centimeter doorsnede. Bestaande uit pitjes van bessen of bramen. De kraai blijkt dus ook een vruchteneter en niet alleen een rover van jonge vogels.

Blauwe reigers

  

Het is goed om ook eens naar de grond te kijken bij een bezoek aan een kolonie van blauwe reigers, in plaats van alleen maar omhoog naar de nesten te turen. Deze vogel produceert zwarte braakballen ter grootte van een tennisbal. De zwarte kleur is afkomstig van het haar van de mollen die door de reigers behendig op het weiland gevangen worden. Van de visresten wordt niets teruggevonden, die worden allemaal verteerd. Visresten geven wel een witte kleur aan de uitwerpselen.

Merels en lijsters

Lijsterachtigen produceren af en toe ook een braakbal. Deze braakballen bestaan uit droge grassprieten of kleine takjes. Deze voorwerpen worden ingeslikt omdat zij aan de prooi, zoals wormen en slakken, blijven plakken. Als de vogels jongen hebben, zijn zij nogal haastig met foerageren en in die periode worden dan ook de meeste braakballen gevonden. Later in het jaar hebben ze meer tijd voor het foerageren en maken ze hun voedsel beter schoon voordat het ingeslikt wordt.