DAS

De Das

Ondertussen heb ik al vijf keer bij een dassenburcht gezeten om dassen te tellen. Op 1 keer na hebben we al die keren dassen gezien! Prachtig hoor, een heel erg leuke ervaring en zeer spannend. Want je moet de hele tijd, een paar uur lang, doodstil zijn. De laatste keer was op 18 mei 2010. Ik zat samen met Ria van de plantenwerkgroep bij een burcht . Om 20:10 zijn we er gaan zitten en de eerste 2 jonge dassen kwamen om 20:25 boven de grond. Even later nog een derde jong en een volwassen dier, dat later een vrouwtje en de moeder bleek te zijn. Om 21:00 zagen we nog dat de moeder terug uit het bos kwam en uitgebreid begroet werd door haar jongen. We hebben toen zelfs gezien, dat de jongen wat gezoogd werden. Voor de rest waren de jonge dasjes alleen maar met elkaar aan het spelen en ravotten. Echt pubergedrag. Om 21:15 gingen de 3 jonge dassen weer onder de grond en hebben we die niet terug gezien. Wel het vrouwtje en later ook nog een mannetje; het mannetje die bij de moeder hoorde. Deze beide dassen hebben een kwartier lang elkaar begroet, gelikt, “geknuffeld” en gekrabd. Later kwam er nog een vrouwtje aan zetten. We hebben die avond van 20:25 tot 21:55 op 15 min. na steeds dassen gezien. Heel erg leuk!

De Das is in Nederland een wettelijk beschermd dier, wat wil zeggen dat ze op geen enkele manier verstoord mogen worden. Dassen zijn heel gevoelig voor verstoring, vandaar dat mijn waarnemingen steeds in verband staan met onderzoek door StaatsBosBeheer. Vaak in verband met het kleintje dassen tel project.

Een das is gemakkelijk te herkennen aan zijn opvallende zwart-witte koptekening, die bij elk dier anders is. Op deze manier kun je de dieren van elkaar onderscheiden. Je kunt de koptekening dus vergelijken met onze vingerafdrukken. De vacht van de das is zeer dik en bestaat uit stijve haren die zwart met wit en bruin gekleurd zijn. Typisch voor de das is zijn gedrongen gestalte. Het is een zwaar, stevig dier met een breed en gespierd lijf.

Mannetjes wegen gemiddeld 10 – 18 kg, vrouwtjes 7 – 14 kg.

Hij heeft korte krachtige pootjes, die elk voorzien zijn van 5 tenen met zeer lange klauwen. Deze klauwen gebruikt de das om zijn dassenburcht mee te graven.

Dassen leven in een burcht. Onder de grond graven dassen een netwerk van gangen en kamers. De kamers worden gestoffeerd met droog gras, varens en mos. Ze komen alleen laat in de avond en ’s nachts naar buiten. Eerst steken ze hun snuit naar buiten om te ruiken of er gevaar dreigt. Lijkt de kust veilig, dan komt de das naar buiten. De das is een gezelschapsdier en ze leven samen met hun familie in de burcht, soms wel met 15 dieren. Een das is niet zo groot; ongeveer een meter lang en 30 cm hoog. Een das heeft een zeer goed gehoor en een goede neus. Zien doet een das niet zo goed en gebruikt bij het voedsel zoeken zijn scherpe reukzin en zijn goed gehoor. De Das eet bijna alles, van kleine zoogdieren; jonge konijnen, mollen, muizen en ratten tot insecten, naaktslakken en kikkers. Verscheidene paddenstoelen, wortels, planten en vruchten maken zijn spijskaart compleet. De Das is dus een echte alleseter. Hoewel een das een krachtig dier is, vindt hij regenwormen toch zij lievelingskostje (meer dan 50 % van zijn voedsel). Om deze regenwormen te vinden, woelt de das met zijn neus de bodem om. Hierbij laat hij typische sporen achter. In milde, vochtige herfstnachten is de das soms wel tien uren onderweg, op zoek naar regenwormen.

Dassen paren in juli of augustus, maar de embryo’s ontwikkelen zich pas in december of januari. In februari of maart worden er 1 tot 4 jongen geboren in een speciale kraamkamer en al na twee maanden gaan ze wel eens met hun moeder mee naar buiten op zoek naar voedsel. In oktober verlaten de jongen de ouderlijke burcht en zoeken een geschikt plaatsje op om zelf een burcht te graven.

De kans dat je dassen ziet is erg klein, maar wel kun je sporen van ze vinden. De ondergrondse burcht is al genoemd. Deze heeft meerdere uitgangen, pijpen genaamd. In de omgeving van de burcht kun je pootafdrukken vinden. En als er in de buurt prikkeldraad is, kun je daar zoeken naar haren die aan het draad zijn blijven hangen. Soms kun je ook hun uitwerpselen in de buurt van de burcht vinden. 

De enige bedreiging voor een das is de mens. Hun haar wordt nog wel gebruikt voor scheerkwasten en penselen en ook hun pels wordt door de mens gebruikt. Vreselijk toch?

Dassenburchten verschillen van vossenburchten door de grote hoeveelheden aarde schuin voor de opening van de pijpen. Deze pijpen zijn afgeplat ovaal. Dassen zijn heel gevoelig voor verstoring, dus kom niet te dicht bij de burcht! Andere typische sporen van de das zijn de brede wissels en de mestputjes die hij maakt om zijn territorium af te bakenen.

De das is familie van de marterachtigen. Andere soorten van deze familie zijn de bunzing, de steenmarter, de wezel en de hermelijn.

Bron: website Zoogdiervereniging VZZ, alleen het onderste plaatje van internet.