EGEL

De Egel

Er zijn maar weinig mensen die nog nooit een egel hebben gezien. Op mooie zomeravonden kun je met een beetje geluk een egel zien rondscharrelen. De egel verraadt zich vaak door geritsel en gesnuif. Een triestere ontmoeting is die met een doodgereden egel; het is één van de talrijkste verkeersslachtoffers onder de zoogdieren. Ook mensen die overdag buiten aan het werk zijn vinden soms egels. Vaak gaat het dan om dieren die op een goed verborgen plek de dag door brengen. Soms worden ook jonge dieren in een nest van blad of ander materiaal gevonden.

Enkele tips voor een Egel vriendelijke tuin. Egels scharrelen graag rond op zoek naar voedsel. Ze verplaatsen zich van tuin naar tuin en naar omliggende groenstroken. Hermetisch afgesloten tuinen zijn voor egels niet toegangkelijk. Zorg daarom voor een opening in de schutting of gebruik een heg als afscheiding. Egels houden van dichtgegroeide borders met bloemen en planten, waar ze beschutting vinden. Laat afgevallen bladeren liggen. Zorg voor een schaal met vers water in de tuin. Voer egels geen melk, daar worden ze ziek van. Egels houden van een composthoop: ze slapen er onder en vinden er slakken om te eten. In een rommelig hoekje tuin, tussen hout, wilde planten en struiken voelt een egel zich thuis.

 

De egel is onmiskenbaar door de stekels op de rug en de bovenzijde van de kop. Een volwassen egel heeft ongeveer 7000 - 8000 stekels van 2 cm lang. Waar stekels ontbreken is de huid bedekt met vrij stugge haren die op de buikzijde geelwit tot bruin zijn.

De grootte en het lichaamsgewicht zijn afhankelijk van leeftijd en geslacht; gewicht: 300 - 1100 gram. Over het algemeen zijn volwassen mannetjes het grootst en het zwaarst.

De haren rond de ogen zijn wat donkerder. Typisch voor de egel is de kringspier waarmee hij zich bij gevaar kan oprollen tot een bal en de stekels overeind kan zetten. Egels kunnen maximaal tien jaar oud worden, maar meestal worden ze niet ouder dan een jaar of vijf.

De egel komt bijna overal in West-Europa vrij algemeen voor. In onze streken leeft de egel in bijna alle landschappen. In sommige gebieden zijn ze echter algemener dan in andere. Tuinen, bosranden, struweel en loofbos, liefst met ondergroei, zijn goede leefgebieden. Egels komen ook in steden voor, zolang er maar groen en schuilplaatsen aanwezig zijn.

Leefwijze en voedsel

Egels zijn echte nachtdieren. Overdag slapen ze in een moeilijk te vinden nest van bladeren, mos of ander materiaal dat zich vaak onder (braam)struiken of takkenbossen bevindt. Een groot deel van het jaar (november/december tot april/mei) zijn ze in winterslaap, waaruit ze af en toe wakker kunnen worden. Tijdens de winterslaap daalt hun lichaamstemperatuur van circa 35° tot circa 5 °C en verliezen ze ongeveer 30% van hun gewicht. Dat wordt in het voorjaar echter weer ruimschoots ingehaald; dankzij hun goede reukvermogen en gehoor weten ze veel kevers, rupsen, regenwormen, oorwurmen en slakken op te sporen. Van een schoteltje melk raken ze aan de diarree (zie verderop).

Egels zijn altijd alleen op stap en vormen geen vaste paartjes. Ze hebben een min of meer vast 'leefgebied' (mannetjes 20-40 ha, vrouwtjes 10-20 ha), maar ze hebben geen 'territorium' dat ze verdedigen tegen soortgenoten.
Als ze tijdens hun nachtelijke tochten sterk ruikend aas of uitwerpselen tegenkomen, kunnen egels opgewonden raken en zich zelfs ermee insmeren. Wat hier de functie van is, is niet duidelijk.

De paartijd duurt vrij lang (mei tot september). Na een draagtijd van ca. 5 weken werpt het vrouwtje tussen juni en oktober gemiddeld ruim vier (twee tot acht) jongen. De jongen zijn dan nog onbehaard en blind. Een egel foetus draagt al stekels. Dat de egelmoeder daar geen last van heeft komt doordat de stekels in de baarmoeder nog bedekt zijn met een dun laagje huid. Na de geboorte komen de nog witte stekels na een paar uur vrij te liggen en groeien ze uit tot stekels van ruim 1,5 cm lengte.

Binnen enkele weken worden deze vervangen door een tweede en derde generatie bruin-crème-kleurige stekels. Die stekels blijven ±18 maanden zitten voordat ze geleidelijk vervangen worden. De stekel is eigenlijk een stevige haar die in de loop van de evolutie is uitgegroeid tot een sterke, spitse, holle buis. Deze stekel bestaat uit creatine, een stof die door de egel zelf wordt aangemaakt o.a. door het eten van dierlijk eiwit (slakken, wurmen, etc).

Egels kunnen hun stekels verliezen, die dan weer worden vervangen door nieuwe. Dit gebeurt geleidelijk en het dier heeft hier geen last van.

In incidentele gevallen kan een egel veel stekels tegelijkertijd verliezen, meestal door grote stress. Hij heeft dan een ietwat bloot uiterlijk, maar ook dan zullen in de meeste gevallen de stekels weer terugkeren

Na ongeveer vier weken verlaten de jongen 's nachts het nest en gaan ze met moeder mee. Op een leeftijd van ± zes weken worden ze zelfstandig. In onze streken is nog nooit aangetoond dat egels in het wild meer dan één nest per jaar grootbrengen.
U kunt vaker bezoek van egels verwachten als u uw tuin toegankelijk maakt (kleine doorgangen in afscheidingen). Er moeten dan echter ook geschikte dagrustplaatsen aanwezig zijn zoals bladhopen en takkenbossen, liefst onder wat bomen of struiken. Het zijn vaak meerdere dieren die van uw tuin gebruik maken. Als u een nest jongen vindt is het verstandig dit direct weer toe te dekken zonder het verder te verstoren. Doet u dit niet, dan zal de moeder de jongen verhuizen, verlaten of doden.

Sporen

Egels gebruiken 's nachts veelvuldig onverharde wegen en paden. Sporen zijn daardoor makkelijk te vinden in vochtig zand of opdrogende modder. De afdrukken zijn te herkennen aan de vrij lange tenen. De pootafdrukken zijn ongeveer 2,5 cm breed. De afstand tussen twee afdrukken van één poot zijn 10 cm. De gitzwarte uitwerpselen van de egel zijn gemakkelijk te vinden. Vaak glinsteren die door de niet verteerde delen van keverschilden.

Bedreiging en bescherming


De egel is een wettelijk beschermde diersoort. Er vallen echter veel slachtoffers in het verkeer, door maaien of branden van vegetatie, doordat ze verstrikt raken in netten of rondslingerend afval, in onafgedekte putten vallen, verdrinken, vergiftigd raken, of doordat ze ondeskundig behandeld worden. Voor enkele van deze doodsoorzaken kan het aantal slachtoffers op relatief eenvoudige wijze worden beperkt. Zo hoort afval in de daarvoor bestemde containers. Ook zou men hopen tuin-, tak- of bladafval niet in brand moeten steken zonder deze eerst op het voorkomen van egels te hebben gecontroleerd.
Egels kunnen in principe goed zwemmen, maar in vijvers met steile of gladde randen kunnen ze gemakkelijk verdrinken. Een plankje, omspannen met gaas, dat vervolgens schuin in de vijver wordt gezet, biedt uitkomst.
De aanwezigheid van egels in uw tuin is gunstig omdat ze kevers, rupsen en slakken eten. Het gebruik van vergif moet dus zeker achterwege worden gelaten: deze stoffen hopen zich via het voedsel op in de egel, die er vervolgens dood aan kan gaan.
Egels zijn wilde dieren die zich hebben aangepast aan de menselijke leefomgeving. Ze zijn uitstekend in staat om voor zichzelf te zorgen. Vaak worden (jonge) egels onnodig of ondeskundig bijgevoerd of meegenomen. Bijvoeren is in principe niet nodig. Het goedbedoelde schoteltje (koe)melk kan zelfs voor spijsverteringsproblemen zorgen en wordt daarom afgeraden. Teken, vlooien en andere parasieten zijn wel vervelend, maar wilde egels hebben ze bijna allemaal. Alleen als zeker is dat een egel echt hulp nodig heeft of veel pijn heeft, is het verantwoord om het dier naar een egelopvangcentrum te brengen. Vaak is het verstandig om eerst telefonisch advies te vragen bij één van de
informatielijnen van egelopvangcentra.

Bron: website Zoogdiervereniging VZZ, beide bovenste foto's van internet.