VLINDERKASTJE

Vlinderkastje en vlinder vriendelijke tuin .

Het vlinderkastje kan worden gemaakt van bv. geïmpregneerd Tuinhout. Breedte: 14 cm en zo’n 2 cm dik.

De voor en achterkant vallen binnen de zijkanten, dus de ronde hoeken zijn van de plank af gezaagd. De voorkant is nog 2 mm smaller gezaagd dan de achterkant (deze is dus zeg 12,2 cm breed), waardoor de voorkant kan draaien en als “deurtje” dienst kan doen. Aan de bovenkant zit deze aan weerskanten vast met een spijkertje. Uiteraard valt ook de bodem geheel binnen de wanden.

Voorkant: De spleten zijn met een bovenfreesmachine eruit gehaald en ook aan de onderkant de uitsparing voor een haakje om het “deurtje” vast te zetten.

 

We kunnen een vlinderkastje in de tuin hangen om vlindersoorten die als vlinder overwinteren een beschut plekje te geven. De meeste vlinders komen de winter door als eitje, rups of als cocon (pop). Maar er zijn soorten, zoals de Citroenvlinder en de Dagpauwoog, die overwinteren als vlinder. Ze zoeken dan de beschutting op van spleten, kieren en gaten in bomen, tussen bladeren, stenen maar ook in schuren, op rommelzolders en garages. Ook kunnen ze in een vlinderkast overwinteren. Maar misschien ook in de zomer? Vlinders vliegen alleen als het warmer is dan 15 ˚C op zonnige dagen. Als het bewolkt is, moet het wel 20 ˚C zijn. En zeker als het regent of hard waait, dan zoeken ze beschutting. Op dat moment kunnen ze die beschutting ook in een vlinderkastje vinden. Verbaas je niet, maar er zijn zelfs trekvlinders! Er zijn vlindersoorten die vlak na de zomer naar warmere streken wegtrekken, bv. naar Zuid Europa of Afrika. Een heel eind vliegen voor een dergelijk klein beestje. Twee soorten trekvlinders zijn de Atalanta en de Distelvlinder. Goed, het vlinderkastje. Deze biedt dus beschutting! Doe wat takjes of schors in het kastje en leg wat dorre bladeren op de bodem. Hang het kastje op een beschutte plek op. Dus op een plek uit de wind, waar het niet kan inregenen. Met de overheersende windrichting in Nederland betekent dat meestal met de ingang naar het oosten. De hoogte maakt niets uit. Hang het kastje op ooghoogte op. Niet vanwege de vlinders, maar omdat je dan zelf goed kan kijken of het kastje al bewoond is. Maar lager of hoger kan dus ook! Vlinders die gebruik maken van het kastje zijn in winterrust. Ze eten dan niet, en zullen het kastje dus ook niet zo snel vuil maken. Ook bouwen ze geen nest, zoals vogels. Schoonmaken is dus niet echt noodzakelijk. Natuurlijk kun je het kastje altijd even uitborstelen. De beste tijd om dat te doen is als de vlinders het kastje niet gebruiken: tussen mei en augustus.

Een tuin vol vlinders

In een vlindervriendelijke tuin staan waardplanten en nectarplanten. Waardplanten worden door rupsen gegeten: brandnetel, oost-indische kers, zuring, pinksterbloem, vlinderstruik, klimop en heide. Vlinders houden van nectarplanten op een zonnige plek in de tuin: vlinderstruik, asters, ijzerhard, hemelssleutel, kamperfoelie, lavendel, klein hoefblad, watermunt, slangenkruid en verschillende distalsoorten. Zorg voor hoogte verschillen. Gooi takken na de voorjaarssnoei op de composthoop: dan kunnen eventuele poppen van vlinders toch uitkomen. Laat afgevallen bladeren 's winters tussen de planten liggen. Er zijn vlinders die overwinteren tussen de strooisellaag.